|
KOOIKERHONDJE |
|
Gebruik Kort historisch overzicht RASPUNTEN VAN HET KOOIKERHONDJE Karakter Hoofd Stop: duidelijk, maar niet te diep. Neusspiegel: zwart. Snuit: Niet te diep en profil. Lippen: niet overhangend. Jukbeenderen: goed gevuid. Aftekening: bij voorkeur bles, gekleurde wangen. Ogen: amandelvormig, donkerbruin, met vriendelijke, attente uitdrukking. Oren: matig groot, aanzetting iets boven de lijn tussen de neuspunt en ooghoek, zonder wit, tegen de wangen gedragen,. De oorharen zijn lang. Zwarte haarpunten (oorbellen) zijn gewenst. Gebit:
normaal, scharend, tanggebit ist toegestaan. |
|
Hals Borst: diep met voldoende gewelfde ribben. Staart: horizontaal tot vrolijk gedragen; niet gekruld. Goed ontwikkelde bevedering met witte pluim. Lengte van de staartwervels tot de hakken reikend. Benen en voeten Achter: vrij lang behaarde broek; beneden de hak geen bevedering; sprong voldoende gehoekt. Voeten: klein, goed gesloten en kort behaard. Gangwerk Beharing Kleur Grootte N.B. Reuen moeten 2 duidelijk normale testikels hebben, die vollendig in het scrotum zijn ingedaald. |
| A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |
All right reserved by http://www.hund.ch, Switzerland
FCI
Standard Nr. 314/24.09.1991/D
Übersetzung: Niederlande, 10. März 1989 - Klassifikation i.d. F.C.I:
Gruppe 8, Sektion 2
(Stöberhunde)